Drinkyoghurt

Ik doe er niet meer aan mee. Alles is ingezakt.
Alles is vaal. Wat rest is het tikken van de klok op een dag die nooit
voorbij gaat. Elk uur een slag of wat zodat ik weet dat ik op moet staan
om in de keuken een slok drinkyoghurt te nemen. Als ik terug loop naar
mijn stoel neem ik een beetje stof af, elke keer op een andere plek. Voor
het oog ziet het er hier netjes uit.
Mijn bestaan is versleten net als deze
verpletterend bruine kamer: stoelen, tafel, deuren. Alleen de kachel is
zwart. Het behang is al tijden vergeeld en op de muren staan de schaduwen
van een verleden waarin grijs nog gewoon een kleur was. De zitting van
de gemakkelijke stoel is ingezakt door de honderden lijven van mensen die
meenden wat te vertellen te hebben. Hun woorden zijn vervlogen, alsof ze
nooit iets hebben betekend.
Buiten is het stil en leeg: aan de overkant
blind beton. De lucht is altijd grauw, ook als de zon schijnt. Als de buren
langs mijn raam komen, groeten ze met een hoofdknik en lopen snel door.
Misschien zouden ze aanbellen als de gordijnen om acht uur 's ochtends
nog gesloten zouden zijn, velours gordijnen, zo zwaar dat ze ook in de
zomer nog alle licht buitensluiten. Ze stinken naar rook, want ik heb ze
in geen jaren gewassen. Ik kan niet meer op een trapje of stoel klimmen
om ze eraf te halen, daarvoor zijn mijn botten te stram. Ik beweeg als
de klok me dat beveelt. Verder doe ik niks dan zitten. Op het stenen naambord
naast de deur, onder de koperen bel, staat een naam die niet langer verwijst
naar mij, maar naar iemand die voorbij is.
Waarom is mijn schaduw er nog, waarom sta ik nog
altijd aan de rand van het massagraf dat mijn eeuw is geweest. Een eeuw
waarvan het wezen mij nauwelijks heeft geraakt, want hooguit heb ik mijn
hoofd geschud om de miljoenen lijken die in Auschwitz, Argentinië,
Rwanda, Bosnië in kuilen werden gesmeten. Misschien heb ik een ogenblik
uit het raam gestaard en mezelf gerustgesteld met de gedachte dat ik er
toch niets aan kon doen.
Mijn lichaam zullen ze netjes gekist naar een kerkhof
dragen. De dominee zal voor me bidden en mijn familie zal met gebogen hoofd
rondom het graf staan, zoals het hoort. Ze zullen stemmig gekleed zijn,
niet in zwart, want dat is te droevig. Jammer, ik hou wel van zwart, dat
geeft de meest lege koppen nog iets elegants, maar ik zal niets in te brengen
hebben. Ik zal geen getuige zijn van mijn teraardebestelling. De lovende
woorden die ze over mij zullen spreken, zal ik niet horen, maar ik weet
wat ze zullen zeggen. Ik ben een toegewijde moeder geweest die ook in moeilijke
tijden het hoofd boven water heeft weten te houden. Ze zullen hun dankbaarheid
uitspreken over mijn rustig verscheiden na een lang en vruchtbaar leven.
Na de plechtigheid zullen ze naar mijn huis gaan, om zich heen kijken om
in te schatten hoeveel de verkoop zal opbrengen en herinneringen ophalen
aan de tijd dat ik nog iemand was. Daarna zullen ze me weer vergeten.
Nu zijn er slechts het naambord onder de koperen
bel, de klok die slaat en het pak drinkyoghurt in de koelkast. Sien, mijn
schoondochter die in het andere deel van het huis woont, komt elke dag
een nieuw pak brengen, met aardbeiensmaak, mango of sinaasappel. Een mens
moet gevarieerd eten. Ze doet het uit louter plichtsbesef, sinds de geur
van ouderdom dreigend om me heen hangt. Ik zie haar nooit, ik hoor haar
alleen. Ze opent de tussendeur en sluit die niet achter zich, alsof ze
bang is dat ze anders ingesloten zal raken en met mij zal verdwijnen. Nooit
komt ze binnen op het moment dat de klok slaat, nooit kom ik haar tegen.
Stemmen hoor ik niet meer, of het moesten de televisiestemmen
zijn in de vroege avond. Ik kijk van zes tot acht, als ik tenminste de
levendige beweging op het scherm verdragen kan. Alleen als de stilte nog
erger is, zet ik de televisie aan om te kijken naar jonge mensen zonder
kreukels, die er nog geen erg in hebben dat ze net zo zullen eindigen als
ik. Soms zullen ze een angstig vermoeden hebben, als hun moeder sterft
bijvoorbeeld en ze beseffen dat ze niet langer kind zijn of als hun eigen
kind sterft en er een verdriet in hun borst verankerd raakt dat ze nooit
meer kwijt zullen raken.
Maar niemand is voorbereid op de lange dagen in
een kamer zonder uitzicht en een pak drinkyoghurt in de koelkast.
|